Een rampzalige vaart

  • Home
  • Geschiedenis
  • Archieven
  • Contact

Vindplaats

    Nationaal Archief Suriname

    Archief Immigratiedepartement

    Invnr. 21 Ingekomen en uitgezonden stukken 1895

    Betreft: brief van de NHM aan de Agent-Generaal over het onderzoek naar de wantoestanden aan boord van het ss Voorwaarts.

Aan den Agent Generaal van het Immigratie Departement in Suriname, Paramaribo

Batavia, 16 november 1894

1) Wij kwamen behoorlijk in het bezit van uwe missives van 22 juni en 31 juli jl. met voorloopige berichten ten aanzien van den toestand waarin het transport Javaansche immigranten per s.s. Voorwaarts zijne bestemming heeft bereikt.

2)Dat wij met groot leedwezen van die uiterst treurige berichten kennis namen behoeven wij u nauwelijks te zeggen. Wij waren daarop allerminst bedacht en hielden ons integendeel er van overtuigd dat, waar het transport der koelies was toevertrouwd aan zulks eene te goeder naam bekend staande rederij als de Stoomvaartmaatschappij Nederland, de voeding de verpleging de verdere behandeling van de emigranten aan boord niets te wenschen zouden overlaten.

3) Wij blijven vooralsnog van gevoelen dat aan de Maatschappij zelve ten deze geene verwijtingen kunnen worden gemaakt maar dat de schuld in hoofdzaak ligt bij den gezagvoerder en de scheepsdoctor.

4) Aanvankelijk waren wij van meening dat uwe voornoemde brieven weldra gevolgd zouden worden door uwe ons toegezegde mededeling van het resultaat van het gehouden gerechtelijk onderzoek en stelden wij ons daarom voor met de beantwoording van uwe missives te wachten tot dat wij van de bevinding te uwent volledig zouden zijn onderricht. Daar evenwel de verwachte nadere berichten tot heden uitbleven achten wij verder uitstel onzerzijds ongewenscht en deelen wij u thans het volgende mede.

5) Blijkens uw eerstgenoemd schrijven heeft de gezagvoerder van het s.s. Voorwaarts te uwent verklaard dat men zich te Semarang zowel als te Batavia er toe bepaald heeft het aantal der ingescheepten te tellen doch dat zij niet met de hem overhandigde naamstaten werden geconfronteerd.

6) Wij verwijzen u, voorzover de inscheping te Semarang betreft, naar hetgeen onze agent aldaar dienaangaande heeft gemeld in zijn schrijven aan ons dd 14 september jl, waarvan wij er hierbij een extract aanbieden.

7) Wat betreft de door het s.s. Voorwaarts ingenomen koelies, terwijl het in de buitenhaven van Tandjong Priok lag, verklaart onze pakhuismeester dat bij aankomst der koelies te Tandjong Priok, in tegenwoordigheid van den waterschout en een onzer klerken, appel is gehouden door aflezing van de namen der emigranten zoals die op eene medegenomen naamlijst voorkwamen, dat daarna de mannen en de vrouwen ieder afzonderlijk in de gereedliggende twee prauwen met een sleepbootje naar de s.s. Voorwaarts werden gebracht onder toezicht van den assistent resident van politie die te gelijkertijd mede naar boord is gegaan, dat na inscheping op de Voorwaarts in tegenwoordigheid van dien assistent resident de tekening door de koelies van de duplicaat en de uitbetaling van het resterende der overeengekomen premiën plaats hadden, en dat vervolgens op verzoek van den kapitein, de gebruikte naamlijst, aan hem ter hand is gesteld. Gedurende de tijd van tekening der duplicaatcontracten en uitbetaling der restant-premiën, bleef de

kapitein in zijn hut waarheen de assistent-resident hem volgde. Laatstgenoemde kwam er zich echter enige malen van overtuigen of de koelies niets hadden te reclameeren.

8) Later werden nog enkele koelies afzonderlijk aan boord gebracht, doch ook van deze werd op de vooraangegeven wijze appel gehouden terwijl de den kapitein op zijn verzoek ter hand gestelde voorlopige namenlijst behoorlijk werd aangevuld. De eigenlijke naamstaten der koelies werden den kapitein eerst later, aan den wal overhandigd en in zover is dus diens bewering juist doch daar hij reeds in het bezit was van eene appellijst en deze ongetwijfeld geheel met de naamstaten overeenstemde houdt het geen steek dat de kapitein zich te zijner verontschuldiging op dat feit beroept. Hij had trouwens zelf, voor zijn vertrek, appel van de aan boord gekomen koelies behoren te houden en de naamstaten met de in zijn bezit zijnde appellijst moeten vergelijken of dat door een der officieren hebben kunnen laten doen waarna eventueel gebleken verschillen alsnog gerectificeerd hadden kunnen worden.

9) De juistheid van de bewering van den gezagvoerder dat de hem ter hand gestelde naamstaten niet accoord konden zijn vermits daarop de namen van 4 kinderen tussen 2-10 jaar ontbraken kunnen wij thans niet meer beoordelen, doch het was de plicht van den kapitein geweest ons voor zijn vertrek op de clandestiene inscheping dier kinderen te wijzen.

10) Het constateren van den juisten leeftijd der volwassen personen en zelfs van de kinderen vindt meestal bezwaar door de onbekendheid daarmede van de lieden of van de ouders zelven.

11) Of het niet gehad zou hebben aan de emigranten nummerplaatjes te verstrekken overeenstemmende met de nummers van inschrijving op de naamstaten wordt door ons in twijfel getrokken, daar de koelies aan boord die plaatjes wel niet zorgvuldig bewaard zouden hebben en verwisseling wel niet te voorkomen zou zijn geweest. Wij stemmen u evenwel toe dat in de naamstaten in elk geval had behoren vermeld te staan welke der mannelijke en vrouwelijke emigranten echtparen vormden.

12) Ten aanzien van de ongunstigen uitlatingen van gezagvoerder en scheepsdokter over den gezondheidstoestand der te Semarang ingescheepte koelies, verwijzen wij u naar het bijgevoegde extract van den brief aan ons van onzen Agent te Semarang dd 14 september jl., waaruit o.i. voldoende blijkt dat die uitlatingen geheel bezijden de waarheid moeten zijn.

13) Aan de bewering van den scheepsdokter dat hij van de te Semarang ingescheepten wel een vijftigtal niet zou hebben goedgekeurd, mag naar onze mening geen waarde worden toegekend, in aanmerking nemende dat die scheepsdokter, zoals hij te uwent zelf heeft verklaard voordat hij de reis per s.s. Voorwaarts naar hier mede maakte nimmer in Indië is geweest en hij dus op het uiterlijk en bij eerste aanschouwing over het physiek van Javaanse koelies wel geen juist oordeel kon gehad hebben, en dat daarentegen de keuring der te Semarang ingescheepte koelies geschied is door geneesheren die jarenlang in Indië gevestigd zijn geweest, volkomen vertrouwen verdienen. Hun belang bracht bovendien veeleer mede zeer scherp toe te zien bij de keuring dan er losjes overheen te lopen. Dat overigens aan het lange verlijf der koelies te Tandjong Priok aan boord van het s.s. Voorwaarts, en de daar opgedane malariakiemen de ongunstige gezondheidstoestand gedurende de reis ten dele moet worden toegeschreven achten wij niet waarschijnlijk daar het stoomschip in de buitenhaven van Tandjong Priok heeft gelegen, dus op vrij groten afstand van het strand. Andere schepen liggen vaak veel langer in die buitenhaven of op de rede van Batavia zonder schadelijke gevolgen voor de bemanning te ondervinden. Intussen zal naar wij vermoeden te uwent ook wel een onderzoek naar de aard en de oorzaken der sterfgevallen aan boord zijn ingesteld en zal alsdan wel gebleken zijn of malariakoortsen daarbij een rol gespeeld hebben of niet.

14) De algemene klacht der emigranten over gebrek aan zoetwater tot reiniging komt ons, waar die van Javanen uitgaat, wel begrijpelijk voor, daar die mensen gewoon zijn minstens tweemaal daags in rivier- of bronwater te baden doch wij vermenen dat aan den gezagvoerder bezwaarlijk de eisch kon worden gesteld dagelijks zoveel zoet water te verstrekken als voor het baden van bijna 600 Javanen nodig zou zijn geweest.

15) Naar aanleiding van uwe mededeling dat onder de u door den kapitein overhandigde documenten de certificaten van de keuring der alhier ingescheepte koelies niet werden aangetroffen stelden wij daarnaar een onderzoek in en bleek het ons, dat, ten gevolge van een misverstand die certificaten alhier zijn achtergebleven. Bedoelde certificaten werden u alsnog thans hierbij aangeboden t.w. (..)

16) 8 certificaten te zamen van 190 mannen en 62 vrouwen.

17) Aangezien totaal van Batavia 201 mannen en 62 vrouwen verscheept werden, ontbreekt dus het bewijs van keuring van 11 mannen en wel van de lieden welke op den naamstaat der van Batavia verscheepte emigranten vermeld staan. Ten aanzien van 3 hunner kan slechts gedacht worden aan eene niet in tijds bemerkte onnauwkeurigheid van den met de keuring belasten geneesheer die verzuimd moet hebben de namen van de drie het laatst door hem goedgekeurde koelies in zijne verklaring op te nemen. De overige 8 koelies zijn niet door een dokter goedgekeurd. Dat kwam eerst onlangs te onzer kennis en ter verklaring van het feit werd ons medegedeeld dat het bedoelde achttal eerst op den laatsten dag voor het vertrek van het s.s. Voorwaarts door een onzer wervers was aangebracht en, ten einde het te verschepen aantal koelies zo groot mogelijk te maken, ook nog werd aangenomen, vertrouwende dat nog gelegenheid zou bestaan, die lieden te doen keuren voordat zij naar boord zouden moeten vertrekken. Die gelegenheid werd echter niet gevonden en daar de bewuste 8 koelies een krachtig en gezond uiterlijk hadden, werd tot hunne expeditie besloten.

18) Aan uw schrijven van 31 juli jl. ontleenden wij aangaande de per s.s. Voorwaarts aangebrachte koelies, nadere bijzonderheden naar aanleiding waarvan wij het volgende aantekenen.

19) Waarom 3 mannen en 4 vrouwen ongeschikt voor den gewonen veld- of fabriekarbeid bevonden werden en daarom slechts als halve arbeiders bij de toebedeling in aanmerking kwamen vonden wij niet vermeld. Vermoedelijk zal die ongeschiktheid wel een gevolg zijn geweest van de ondervonden behandeling aan boord. Bij de werving werd steeds in het bijzonder op het verkrijgen van gezonde en krachtige personen gelet.

20) Zoals wij reeds de gelegenheid hadden op te merken, is het in het algemeen niet mogelijk den juisten leeftijd van inlanders in deze gewesten op te geven. Men kan dien in den regel slechts bij benadering bepalen maar met dien van jonge Inlandsche meisjes die al zeer spoedig tot volwassen vrouwen gerekend kunnen worden te behoren is dat zeer moeilijk. Dat twee vrouwen op den naamstaat als 16 en 17 jaren oud vermeld, slechts meisjes bleken te zijn van 12 en 14 jaren is wel aanneembaar. Voor de omstandigheid dat de identificatie der immigranten zoveel bezwaar opleverde ten gevolge van verschillen tussen de namen en plaatsen van herkomst welke de koelies te uwent opgaven en die welke op den naamstaat voorkomen kunnen wij geene verklaring geven. Wij schreven u reeds dat van al die koelies voor de inscheping en nog eens aan boord bij de uitbetaling der aanwervinspremiën, behoorlijk appel is gehouden en daarbij zijn geene moeilijkheden hoegenaamd ondervonden, zoodat wij niet anders kunnen aannemen dan dat bij embarkement de op den naamstaat vermelde namen overeenstemden met die welke de koelies bij de aanwerving verklaard hebben te dragen.

21) Had de gezagvoerder, zoals onze bedoeling is geweest, appel gehouden voordat het stoomschip ten anker kwam, en daarbij aan ieder het ongezegld exemplaar van zijn contract overhandigd en was er dan bij het debarkeren opgelet dat elke koelie in het bezit was van zijn contract dan zou de indentificatie vermoedelijk zonder enige althans met minder moeilijkheid hebben plaats gevonden. Zoals wij reeds hebben opgemerkt , zou het in bewaring geven van de contracten aan de koelies zelven er hoogstwaarschijnlijk toe geleid hebben dat vele dier contracten gedurende de reis verloren zouden zijn gegaan of verwisseld zouden zijn geworden.

22) Intussen blijkt ons dat de constatering aan boord van de namen der overledenen met grote onverschilligheid en onnauwkeurigheid heeft plaats gevonden zodat reeds daardoor verwarring moest ontstaan.

23) Het zal ons aangenaam zijn t.z.t. alsnog van u te mogen vernemen of het ten slotte gelukt is alle gedebarkeerde koelies behoorlijk te identificeren.

24) Met leedwezen bemerken wij dat wij over het hoofd gezien hebben de contracten in onze hoedanigheid van Immigratie-agent mede te ondertekenen zoals art. 6 van het Kon. Besluit van 22 maart 1872 no 27 voorschrijft.

25) Wij waren er niet op voorbereid dat het nodig zou zijn verificatoiren over te leggen van de in onze rekening courant vermelde uitgaven. Ware dat wel het geval geweest dan zouden wij er voor gezorgd hebben, althans voor zover zulks enigszins mogelijk was geweest, dat ons voor de diverse uitgaven bewijsstukken waren ter hand gesteld, doch thans is het voor ons onmogelijk om aan uw verlangen volledig te voldoen.

26) De verschillende personen die door ons met de werving werden belast hadden de koelies franeo te leveren op de afscheepplaatsen Batavia en Samarang zodat zij alle onkosten van transport daarheen, alle kosten van keuring door een geneesheer, alle kosten van bewaring en voeding op de plaats van afscheep alsmede de aan de koelies uit te keren premiën, hadden te voldoen. Ter bestrijding van de uigaven daarvoor, ontvingen zij van ons voorschotten, waartegen zij, naar gelang wij dat nodig oordeelden, kwitantiën of schuld bekentenissen aan ons afgaven tot gelijke bedragen welke schuldbekentenissen hem weder werden teruggegeven nadat zij de bedragen daarvan hadden verantwoord door levering van het nodige aantal koelies, of terugstorting c.q. van geld en na afgifte aan ons van de certificaten van keuring en van de getekende contracten.

27) Van eene verantwoording aan ons door overlegging van kwitantiën en bewijsstukken was dus geen sprake.

28) Uit den aard der zaak zijn de wervers in de regel personen die niet of weinig bemiddeld zijn en het geven van voorschotten aan die lieden is dus niet vrij van risico zoals wij dan ook weder hebben moeten ondervinden.

29) Ten gevolge van desertie van enige door hen naar Batavia overgebrachte aangeworven koelies bleven twee der door ons geëngageerde wervers, nl. de Heer J. Herklots en de arabier Hage Abdul Hamat in gebreke een deel van de hun verstrekte voorschotten te verantwoorden t.w. tot een bedrag van respectievelijk f760.80 en f443.91. Van de gelegenheid dat er alhier in de nabijheid van een der koelie-depots een brand uitbrak en daardoor de waakzaamheid voor korte tijd verslapte, maakten ruim vijftig koelies gebruik te ontsnappen en spoorloos te verdwijnen zodat de aan hen reeds uitbetaalde premiën en de voor hen gemaakte kosten als verloren waren te beschouwen. Wel is waar bleven de wervers tegenover ons verantwoordelijk voor die verliezen, doch de beide voormelde personen bleken niet in staat te zijn de verloren sommen uit eigen middelen bij te passen. Wel behielden wij dientengevolge een evenredig deel van de door hen afgegeven schuldbekentenissen in ons bezit doch van pogingen om die langs minnelijke of gerechtelijken weg te innen wordt geen heil verwacht.

30) Ten einde alsnog zoveel mogelijk gevolg te geven aan uw verlangen verificatoren ter staving van de in onze rekening-courant vermelde uitgaven te ontvangen hebben wij getracht van de verschillende wervers kwitanties te verkrijgen voor de totale bedragen van hunne uitgaven, en is ons zulks ook gelukt met uitzondering van de kwitantie voor een som van f4859.- welk bedrag door ons was voorgeschoten aan, en met ons is verrekend door den inlander Abdullah. Genoemde werver is namelijk niet meer alhier woonachtig en zijn tegenwoordig verblijf is niet te vinden.

31) Voor door ons uitbetaalde waaklonen en gratificatiën voor bewaking te Batavia te Tandjong Priok, van de aangeworven koelies in de koeliedepots en aan boord kunnen wij u geen ander bewijsstuk leveren dan eene kwitantie van onze Europese pakhuismeester door wiens tussenkomst de betaling is geschied voor door ons bepaalde regels, telegrammen porti, transportkosten naar boord, wagenhuur enz. enz. kunnen wij u nog geen kwitantien tonen.

32) Wij bezitten nog 100 stuks ongebruikte contractformulieren welke alle reeds geregeld zijn. Wij kunnen van het gouvernement restitutie vorderen van een groot deel van de kosten der ongebruikte regels tegen vernietiging der contractformulieren, doch wij oordelen het beter de formulieren voorlopig te bewaren om c.q. daarvan bij eene volgende gelegenheid gebruik te kunnen maken.

33) Wij bieden u thans hierbij in de plaats van onze u toegezonden rekening-courant een nieuwe rekening-courant aan waarin onze uitgaven meer gespecifieerd voorkomen, met verwijzing naar acht betalingsbewijzen. A/H welke wij daarbij voegen en die na het voorgeschrevene geene verdere toelichting behoeven.

Factorij der Nederlandse Handel-Maatschappij